Mijn baasje heeft een gast
Lief dagboek,
Er was iemand anders in de kamer. Ik kon hem zien aan de andere kant van het glas. Zij wees naar mij. Mijn baasje wees ook naar mij. Ze keken allebei. Ik heb mijn beste rondje gezwommen. Indruk gemaakt, ongetwijfeld.