Een vis van weinig woorden
Lief dagboek,
Ik praat niet. Ik blaas bellen. Elke bel is een zin. Één bel: 'dag'. Twee bellen: 'ik ben er nog'. Drie bellen: 'eten alsjeblieft'. Vier bellen: 'kijk dan, het rioolbuisje!' Vijf bellen: 'ik ben moe'. Ik heb een rijke woordenschat.